Topsporters denken niet aan winnen
Als je de media mag geloven, draait topsport om winnen. Om de wereldbeker. Om goud. Om records. Om podiumplaatsen. Dat is ook logisch, want daar kijken we naar. Dat is wat zichtbaar is.
Maar wie wat langer rondloopt in de topsportwereld ontdekt iets opmerkelijks. De meeste topsporters zijn verrassend weinig bezig met winnen. Sterker nog: ze proberen ze juist zo min mogelijk aan winnen te denken.
Aandacht richten
Dat klinkt misschien tegenstrijdig. Waarom zou iemand die jarenlang alles opzijzet voor een olympische medaille tijdens de wedstrijd niet bezig zijn met die medaille?
Omdat winnen een slechte plek is om je aandacht te richten. Het geeft spanning. En spanning zorgt meestal niet voor betere prestaties. Dat betekent niet dat topsporters geen doelen hebben. Integendeel. In de topsport zijn doelen vaak glashelder. Olympisch goud. Een wereldtitel. Een persoonlijk record. Uiteindelijk wordt succes nog steeds afgemeten aan prestaties. Maar er is een groot verschil tussen een doel hebben en je aandacht erop richten.
Een doel geeft richting. Aandacht bepaalt gedrag.
Daarom gaat het bij TeamNL veel vaker over ontwikkeling dan over winnen. Iedereen in de topsport begrijpt dat prestaties het gevolg zijn van iets anders. Van de training van vandaag. Van de feedback die je krijgt. Van het herstel tussen inspanning door. Van de kwaliteit van je voorbereiding.
De medaille is belangrijk. Maar de aandacht gaat naar datgene wat de medaille mogelijk maakt.
Doelen in organisaties
In organisaties gebeurt vaak precies het tegenovergestelde. In veel organisaties zijn resultaten niet alleen het doel, maar ook het belangrijkste onderwerp van gesprek. En hoe hoger je in de organisatie komt, hoe groter de kans dat gesprekken bijna volledig daarover gaan.
Terwijl die resultaten eigenlijk hetzelfde zijn als een gouden medaille. Belangrijk? Absoluut. Maar je krijgt ze niet dichterbij door er vaker naar te kijken.
De vraag is veel interessanter wat mensen vandaag doen waardoor die resultaten straks kunnen ontstaan. Een monteur die iedere dag focust op werk in één keer goed. Een engineer die aannames vervangt door afstemming. Een verkoper die ieder klantcontact iets waardevoller probeert te maken.
Het zijn misschien niet de cijfers die in het jaarverslag terechtkomen. Maar het zijn vaak wel de dingen die uiteindelijk bepalen wat er in dat jaarverslag staat. Want net als in de topsport ontstaan prestaties niet op het scorebord. Ze ontstaan in de dagelijkse keuzes, gewoontes en verbeteringen die eraan voorafgaan.
Dit is één van de belangrijkste lessen die organisaties van de topsport kunnen leren. Niet dat doelen onbelangrijk zijn, maar dat prestaties meestal verbeteren zodra je stopt met naar het scorebord te kijken en begint te werken aan de dingen die het scorebord uiteindelijk bepalen.
Het scorebord vertelt je hoe goed je gisteren was.
De focus tijdens de training bepaalt hoe goed je morgen wordt.
De komende periode zal ik de lessen die ik de afgelopen 14 jaar geleerd heb van het systeem rondom de topsport vertalen naar wat je hier als organisatie mee kunt.
Erik Giebels